Bij

Als je me 30 jaar geleden had voorspeld dat er een tijd zou komen waarin ik met mijn kopje thee de tuin in zou lopen om mijn e-reader te gaan lezen en dat ik onderweg zou stoppen om met mijn telefoon een foto te maken van een bij, zou ik je hard hebben uitgelachen. Niet vanwege de e-reader of de telefoon-cum-camera; ik ben al vele jaren een enthousiast volger en gebruiker van nieuwe technologie en hoe ik ooit zonder internet heb kunnen leven weet ik niet. Nee, ik zou hartelijk lachen om het idee dat ik stil zou staan om een bij te fotograferen. 

Dertig jaar geleden was ik namelijk erg bang voor bijen. Als ik een bij zag, liep ik snel door, of stond ik inwendig bevend stil in de hoop dat hij snel weg zou vliegen.

Nu niet meer. Wat er is veranderd? Nou, ten eerste heb ik nu een tuin. Ik weet veel meer over planten, aarde en dieren. Ten tweede heb ik een kind, dat vaak vraagt: wat is dat, mama? En ten derde: in de buitenmuur van mijn huis zitten metselbijtjes. Daar had ik nog nooit van gehoord, tot ik ze met eigen ogen zag. Een ontdekkingstocht via het nabijgelegen natuur- en milieucentrum en natuurlijk internet leerde me dat er vele soorten bijen zijn, allemaal in essentie onschuldig en ontzettend nuttig. Zo zijn er alleen al 350 soorten metselbijen (waarvan twintig in Nederland voorkomen).

Metselbijen zijn cool. Ze bestuiven gedurende een langere periode dan honingbijen bloemen. Ze bestuiven ook meer verschillende bloemsoorten en zijn daarmee een van de productiefste bijenrassen van allemaal. En de manier waarop ze zich voortplanten is ingenieus: ze kruipen in een gaatje in een boomstam of muur en leggen daar telkens een eitje, dat ze afdekken met laagje stuifmeel voordat ze het volgende eitje leggen. Al met al leggen ze per gaatje zo’n negen eitjes. Zodra de larven uitkomen, eten ze zich in circa een half jaar door het laagje stuifmeel heen en vliegen dan de wijde wereld in. Het voorste bijtje is als eerste klaar, gevolgd door b-eitje 2, en zo verder tot het allerachterste broedkamertje. Superefficiënt.

Er zitten nog meer bijensoorten in mijn tuin: reusachtige hommels, bruine en zwarte bijen, oranje en gele. Ze doen zich te goed aan de bloemen en vruchten van onze loganberry, andijvie, rucola, doperwten, aardbei en jostabes, en aan de wilde roos die door de klimop heengroeit. Ze zijn zeer welkom, en ik verheug me op het moment dat de technologie zover is dat het daadwerkelijk lukt een scherpe foto van ze te maken met mijn telefoon. Tot die tijd verwijs ik graag naar de website van Bert Pijs, die ook de foto bij dit bericht maakte van metselbij-eitjes in hun broedcel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s